Boek april 2017

Joep Schrijvers, Hoe raak je ze kwijt? Over ontspoorde leiders en slechte managers 

Samenvatting:

Fraude, corruptie, machtsmisbruik en gesjoemel komen in de samenleving meer voor dan ons lief is. In zijn boek Hoe word ik een rat? deed Joep Schrijvers het repertoire van de ‘rat’ uit de doeken. Daarin ging het over het politieke spel dat in kantoren van hoog tot laag – door managers én medewerkers – wordt gespeeld. In zijn nieuwe boek richt hij zijn pijlen op leiders en managers die hun macht in de hoogste versnelling misbruiken, maar spaart hij ook de volgers, medewerkers, niet.
Waarom worden sommige leiders en managers corrupt en wreed, en blijven andere de mildheid en redelijkheid zelve? Hebben zij last van dominante alfa-genen, een verstoorde jeugd, ongetemde driften, maken zij denkfouten of zijn ze verslaafd aan hun succes?

Amsterdam 2017: Scriptum 
Recensent: Bert Peene 

De inleidende tekst op de homepage van het VO Congres 2017 zette stevig in: ‘Leiderschap is cruciaal! Zeker in het onderwijs, waar het niet gaat om zaken en papieren maar alles draait om de interactie tussen mensen en hun manieren. Goed leiderschap zorgt voor professionele groei en bloei van mensen op de verschillende niveaus in de school.’ Het congres stond dit jaar in het teken van leidinggeven aan verandering en beloofde plenaire sessies en een keur aan workshops waarin inleiders en deelnemers samen op zoek zouden gaan naar een antwoord op de vraag: ‘Hoe ziet (goed) leiderschap eruit, nu en in de toekomst?’  

Ik vermoed dat Joep Schrijvers even zijn wenkbrauwen gefronst had bij het lezen van die woorden. De auteur van het onverminderd populaire ‘Hoe word ik een rat?’ wijst er in zijn nieuwste boek, ‘Hoe raak je ze kwijt? Over ontspoorde leiders en slechte managers’, namelijk fijntjes op dat er nogal wat voorbeelden van slecht leiderschap zijn en dat ‘de leiderschapsindustrie’ hiervoor medeverantwoordelijk is. Al die boeken, seminars, masterclasses en opleidingen hebben niet kunnen voorkomen dat er veel meer slechte leiders (of, zo u wilt, managers) zijn dan ons lief is. Volgens Schrijvers is dat volstrekt logisch: ‘De leiderschapsindustrie heeft de verkeerde vraag gesteld. Ze is alleen maar bezig geweest met de vraag “Hoe zorgen we voor goede leiders”, terwijl ze zich en masse had moeten afvragen hoe je slecht, ontspoord, destructief – het maakt niet uit hoe je het noemt – leiderschap verhindert. Dat is de vraag.’ En omdat alle leiderschapstrainers, - denkers en goeroes het op dit punt laten afweten, is Schrijvers zelf maar achter zijn laptop gaan zitten. De titel van het boek laat weinig te raden over: het gaat over de vraag hoe je slechte leiders kwijtraakt.  

Nu is dit feitelijk toch wat kort door de bocht. Schrijvers’ boek gaat namelijk over veel meer. Wat een slechte leider is, bijvoorbeeld, waarom leiders ontsporen, waaraan je ontsporing herkent en wat de rol van toezichthouders in dit alles is (en zou moeten zijn). Te veel om op te noemen en daarom beperk ik me hier tot het aanstippen van wat highlights (al klinkt dat in dit verband misschien wat cynisch).  
Schrijvers laat er geen misverstand over bestaan dat leiderschap het effect is van blinde evolutionaire wetten. ‘Wat iedereen met gezond verstand al bevroedde klopt: we zijn [-] een knokenzak met genen die hun eigen gang gaan.’ Slecht leiderschap laat zich verklaren door de dominantietheorie, die alles te maken heeft met macht. De behoefte aan macht kan meerdere oorzaken hebben, zoals een verstoorde jeugd, ongetemde driften, denkfouten, morele blindheid en succesverslaving.  

Maar pas op: macht is niet iets wat je hébt; je kríjgt het en dat betekent dat leiders alleen slechte leiders – ook goede hoor – kunnen worden dankzij hun volgelingen. ‘Onthoud één ding,’ waarschuwt Schrijvers: ‘volgelingen zijn nooit alleen maar slachtoffer. Zij zijn ergens ook mededader, zijn nooit onschuldig.’ Waarna hij ook dat opzienbarende verschijnsel uitgebreid toelicht: waarom zijn wij toch zo volgzaam en dociel en hoe uit zich dat zoal in de praktijk? (Met als pikant extraatje de mogelijkheid te bepalen tot welk type volger u behoort). 

Je zou de titel van Schrijvers’ nieuwste boek gemakkelijk als een marketingtruc kunnen zien, een lokkertje dat ervoor zorgen moet dat ook dit boek weer een verkoophit wordt. Maar dat is het zeker niet; Schrijvers vertelt echt hoe je van slechte leiders af kunt komen. Hoe dat gaat moet u zelf maar lezen, maar ik kan alvast wel verklappen dat daarbij het gebruik van een Kalashnikov niet hoeft te worden geschuwd.  
Maar het is natuurlijk niet de belangrijkste vraag. Hoe voorkom je dat leiders ontsporen: daar gaat het boek eigenlijk over. Dat daarbij een belangrijke rol is weggelegd voor toezichthouders, heb ik al aangestipt. Schrijvers wijdt er een heel hoofdstuk aan, compleet met checklist en al: ‘Kun je toezicht overlaten aan toezichthouders?’ Maar het allerbelangrijkst is toch zorgen voor goede checks and balances ‘en een vanzelfsprekende cultuur slechte leiders bij of weg te sturen.’ Zo’n cultuur heet in het jargon van Joep Schrijvers een ‘functionele cultuur’. Daarin staat niemand boven de wet (vooral leiders niet), is de missie het morele kompas, moet leiderschap steeds opnieuw verdiend worden, is zelfreflectie normaal en tegenspraak van hoog tot laag vanzelfsprekend en wordt, hoe kan het ook anders, ‘het web van checks and balances geëerd.’  

 

Bert Peene is opleider en werkt daarnaast als journalist voor Managementboek Magazine.