Cleverlands

Lucy Crehan, Cleverlands. The secret behind the success of the world’s education superpowers

Unbound: London 2016

Excellent onderwijs kan alleen in een excellent onderwijssysteem

Door: Bert Peene

Nederland moet een kenniseconomie worden en niet zomaar eentje, maar een blijvertje in de Top 5 van kenniseconomieën van de wereld. Die torenhoge ambitie wordt voor het eerst in 2010 uitgesproken; in notities van de SER bijvoorbeeld en van de Onderwijsraad. Over de belangrijkste succesfactoren is men het roerend met elkaar eens en daarvan staat het belang van kwalitatief goede docenten met stip op één. Nu wordt niet iedere docent vanzelf een topdocent en daarom wordt in het ‘Actieplan leraar 2020’ onder meer gepleit voor goed en effectief HRM-beleid; dat zou namelijk cruciaal zijn voor het realiseren van een opbrengstgerichte werksituatie. Anders gezegd: de onderwijsinstellingen moeten ervoor zorgen dat Nederland ooit die felbegeerde ranking behaalt; zij hebben de sleutel tot succes in handen.

En dat is maar net de vraag. Of eigenlijk is het dat niet, want iedereen die van onderwijs zijn beroep heeft gemaakt, is ervan overtuigd dat de verantwoordelijkheid voor excellente onderwijsresultaten bij meerdere partijen ligt. Bij OC&W bijvoorbeeld, de brancheorganisaties, de Pabo’s en inderdaad ook bij de onderwijsinstellingen zelf. Excellent onderwijs is een belangrijke voorwaarde om ooit een echte kenniseconomie te kunnen worden, maar dan moet het hele systeem wel adequaat zijn ingericht.

Tot die conclusie komt ook Lucy Crehan in haar boek ‘Cleverlands. The secrets behind the success of the world’s education powers’. Crehan, een Engelse lerares die inmiddels, ondanks haar betrekkelijk jeugdige leeftijd, ook als onderzoeker en consultant haar sporen heeft verdiend, ging op zoek naar wat onderwijs zo speciaal maakt in landen die hoog op de PISA-ranglijst staan. Ze reisde daartoe naar Finland, Japan, Singapore, China en Canada, bekeek het onderwijs ter plekke, sprak met leerkrachten en gaf zelf les waar dat mogelijk was. Steeds meer kwam zij tot de conclusie dat excellente resultaten alleen mogelijk zijn in een cultuur die onderwijs-minded is.

Eén van de meest voor de hand liggende voorbeelden is natuurlijk Finland; wie is daar niet op studiereis geweest en heeft zich niet verbaast, over eigenlijk alles! Een lerarenopleiding bijvoorbeeld duurt er vijf jaar en je wordt daar alleen toegelaten met een vwo-diploma. Het beroep van leraar heeft in Finland veel aanzien, niet in de laatste plaats doordat onderwijsprofessionals serieus werk maken van hun professionele identiteit. Het hogere orde-denken, de vijfde competentie uit de Beroepsstandaard Schoolleiders VO, is er eerder regel dan uitzondering. En aan CITO-toetsing doen ze in Finland niet, evenmin als aan supervisie door strenge onderwijsinspecteurs. Scholen zorgen daar inderdaad zelf voor hun eigen kwaliteit.

Crehan is met name op zoek naar hoe je kinderen het best kunt voorbereiden op de uitdagingen van de 21ste eeuw. Dat is in elk geval niet met wat in het Britse onderwijssysteem ‘streaming’ heet. ‘Streaming’ houdt in dat kinderen al op zesjarige leeftijd op niveau worden ingedeeld; een soort Leonardogroepen, maar dan ook voor kinderen die minder dan hoogbegaafd zijn. Onderzoek toont aan dat de beste leerlingen, de leerlingen in de hoogste niveaugroepen dus, hierdoor inderdaad uitstekende resultaten boeken, maar ook dat de rest beduidend minder scoort; en dus vanaf hun zesde eigenlijk al als kansarm kunnen worden beschouwd. Want tussentijds van niveaugroep wisselen is in de praktijk een nagenoeg onmogelijk opgave.

Crehan verwoordt de opbrengsten van haar reis in het slothoofdstuk in de vorm van vijf ‘principes’: zorg ervoor dat kinderen klaar zijn voor ‘formeel leren’, ontwerp curricula die de ontwikkeling van persoonlijk meesterschap mogelijk maken en zorg voor een motiverende context, stimuleer kinderen uitdagingen aan te gaan in plaats van concessies te doen, behandel leerkrachten als professionals en reken scholen niet af op behaalde resultaten; met ondersteuning bereik je veel meer. Ze zouden zo op de agenda voor een nieuwe regering kunnen worden gezet.

Onderwijsprofessionals als zodanig behandelen betekent volgens Crehan onder meer dat de onderheid hun een fatsoenlijk salaris biedt. Geld mag weliswaar nooit de belangrijkste drijfveer zijn om voor een onderwijsbaan te kiezen, maar Crehan wijst er fijntjes op dat de hoogte van onderwijssalarissen verrassend correleert met de plaats die landen innemen op de PISA-ranglijst.

‘Cleverlands’ is in korte tijd een must read voor onderwijsmensen geworden. Niet zozeer omdat het erg veel nieuwe inzichten biedt, maar omdat de praktijk anno nu het nodig maakt nogmaals aan te tonen wat er nodig is om van een land een echte kenniseconomie te maken: transformatie van het hele systeem. Daarom zou Crehans boek verplichte lectuur moeten zijn voor alle beleidmakers in het onderwijs.

 

Bert Peene is opleider en werkt daarnaast als journalist voor Managementboek Magazine.