Martijn Vroemen, Handboek Teamcoaching. Helpen zonder bemoeizucht. (Ook voor teamleiders)

Deventer 2017: Vakmedianet

Door: Bert Peene

Teamleren is waarschijnlijk de meest veronachtzaamde discipline van een lerende organisatie. Teamleren wordt vaak versmald tot leren ván elkaar, terwijl het veel meer gaat om leren mét elkaar. Thijs Homan noemt dat ‘op een lerende manier’ werken in teams (Homan 2001). Teamleren betekent onder meer het leren van fouten. Dat teamleden de manier waarop ze naar een bepaald resultaat hebben toegewerkt, nog eens de revue laten passeren; dat ze opvattingen, ideeën en onderliggende principes uitwisselen en zo een collectief denkkader vormen. En dan niet af en toe, maar systematisch.  Dat is volgens Argyris en Schön, die wereldwijde faam verwierven om hun deskundigheid op het gebied van leren in organisaties, teamleren.

Maar diezelfde Argyris wijst er ook op hoe moeilijk dat is. Professionals stellen hun beproefde mentale modellen namelijk niet graag ter discussie. Dat is een van de redenen waarom teamleren zo vaak niet veel verder komt dan leren ván elkaar. Voor de ontwikkeling van teamleren is de hulp van een goede teamcoach doorgaans onmisbaar.

Een teamcoach is iemand die het team helpt bij zijn ontwikkeling met als doel het zo zelfstandig mogelijk te maken. Hij is daarbij gericht op collectieve processen en doet dat zo belangeloos mogelijk, schrijft Martijn Vroemen in zijn onlangs verschenen ‘Handboek Teamcoaching. Helpen zonder bemoeizucht’. Een teamcoach werkt dus aan het zelfsturend vermogen van een team en bevordert de zelfstandigheid ervan. Voor teamleiders is dat laatste soms verdraaid lastig; zij zijn immers ook verantwoordelijk voor het teamresultaat. Zie dan maar eens belangeloos en onafhankelijk te blijven! Een teamleider die ook teamcoach wil zijn, moet dus behendig kunnen schakelen tussen rollen, ‘en sommigen kunnen dat heel goed,’ aldus Vroemen. Zolang ze maar kunnen loslaten. ‘Niet bemoeien.’

Vroemen heeft zijn boek geschreven voor iedereen die op een meer coachende manier met teams aan de slag wil. Daarmee is het echter geen boek over coachend leidinggeven geworden; hij heeft het ‘ook voor teamleiders’ geschreven, maar niet in de eerste plaats voor hen. Vanwege de eerdergenoemde resultaatverantwoordelijkheid, die ongemerkt tot dermate veel bemoeizucht leidt dat het de groei van het team als zodanig belemmert. De valkuilen die daaruit voortvloeien, komen op meerdere plaatsen in het boek ter sprake. Te snel ingrijpen als het misgaat is waarschijnlijk de meest herkenbare, maar Vroemen noemt ook de misvatting dat alles iets moet ‘opleveren’ – liefst nu – en bang zijn fouten te maken; de angst van een teamleider wordt volgens hem onvermijdelijk ook op het team geprojecteerd.

Vroemens handboek telt twaalf hoofdstukken en zestig paragrafen. In elk hoofdstuk staat een ander thema centraal. Problemen in teams en probleemteams bijvoorbeeld, modellen en werkvormen die een teamcoach tot zijn beschikking heeft en hoe hij die kan gebruiken, de psychologie van groepsgedrag en ‘de mythe van de harde afspraak’. Dat wil zeggen: afspraken zijn vaak minder ‘hard’ dan gedacht.

Sommige thema’s hebben wel een apart hoofdstuk, maar komen op veel plekken terug; zoals systemisch kijken en het werken met ‘de onderstroom’. Vroemen legt op een toegankelijke manier uit dat de effectiviteit van een team niet alleen bepaald wordt door wat er in het team gebeurt, ‘boven én onder de waterspiegel’, maar ook door de context. Dat een docententeam maar geen team wil worden bijvoorbeeld, kan uiteindelijk terug te voeren zijn op een te eenzijdige aansturing door directie en bestuur. Als die alleen in opbrengsten geïnteresseerd zijn, doet dat iets met de collegialiteit in het MT; die is dan heel beperkt. Iedere manager gaat voor eigen succes, wat zijn weerslag heeft op de manier waarop hij zijn eigen team aanstuurt. Vroemen laat zien dat dergelijke loops met causale diagramman prima inzichtelijk gemaakt kunnen worden. Alleen al het (samen) maken van zo’n diagram, kan teamontwikkeling een enorme boost geven.

Het ‘Handboek Teamcoaching’ is geschreven voor mensen die al wat ervaring met groepen en teams hebben; Vroemen bespreekt geen basisvaardigheden. Daarvoor kun je bijvoorbeeld terecht in zijn eerder verschenen boek ‘Teams op Vleugels’ (2009). Het is ook vooral een praktijkboek. Vroemen bespreekt wat werkt, ‘niet wat waar is.’ (Hoewel relevante theorie zeker niet ontbreekt) Evidence based, tegenwoordig een must voor iedere serieuze publicatie, is wat hij schrijft dus niet. Het is praktijktheorie en (maar?) die blijkt een uitermate bruikbaar boek op te kunnen leveren.

 

Bert Peene is opleider en werkt daarnaast als journalist voor Managementboek Magazine en het VO Magazine.