9789024409303 480x600

Onder de controlradar kan iedereen een heilzaam nieuw bestaan opbouwen

Boek: In control? Perspectieven op de beheerskramp in en om organisaties

Schrijver: Thijs Homan

Recensent: Bert Peene

‘Stop met nutteloze administratie’ kopt een van de vele publicaties over hoe het fenomeen werkdruk in het onderwijs verminderd kan worden, bij wijze van welgemeend advies. Want dat de administratieve rompslomp waarmee tegenwoordig iedere onderwijsprofessional geconfronteerd wordt, een belangrijke veroorzaker van werkdruk is, daarover is iedereen het wel eens. Daarbij wordt steevast beschuldigend naar OCW gekeken, dat scholen weliswaar de nodige beleidsruimte gunt, maar daaraan een stevige verantwoordingsverplichting zou verbinden. Vreemd genoeg echter doet de overheid al jaren serieuze pogingen de regeldruk in het onderwijs te verminderen; en met succes, zoals blijkt uit het programma ‘Goed geregeld: een verantwoorde vermindering van regeldruk 2012-2017’. Hoe groot is de regeldruk dus werkelijk en als zij nog steeds te groot is – dat kan – kun je daarvoor dan de overheid verantwoordelijk stellen of doet het onderwijs zich alle administratieve rompslomp zelf aan?

Het is dit soort vragen die Thijs Homan stimuleerde een compleet boek te schrijven over wat hij de ‘beheerskramp’ in onze samenleving noemt. Want die beheerskramp teistert niet alleen het onderwijs; we doen er met z’n allen iedere dag vol overgave aan mee. ‘Het zit in ons zelf,’ schrijft hij, verwijzend naar alle manieren waarop wij onszelf managen, auditen en controleren, bijvoorbeeld met stappentellers, bucketlists en likes op sociale media. ‘Ik heb het idee dat de behoefte om te controleren diep in de mens verankerd zit. Wanneer er iets misgaat, willen we voorkomen dat het nog eens gebeurt en stellen we nog meer regels op.’ Homan is dan ook niet optimistisch over de kans op verandering; in ieder geval niet structureel. Zeker als je bedenkt dat allerlei technologische ontwikkelingen intussen haast grenzeloos veel mogelijkheden tot controleren bieden.

Zo bezien lijkt ‘In control?’ een somber boek, dat (onderwijs)professionals een ontmoedigend perspectief biedt: die administratieve rompslomp is helaas een kwestie van slikken of stikken. Maar zo is het natuurlijk niet; daarvoor had Homan nooit groen licht van zijn uitgever gekregen. De kern van zijn boek wordt weliswaar gevormd door zijn fascinatie voor het geklaag over bureaucratie, maar de klagers hebben volgens hem al veel te veel aandacht gekregen, evenals trouwens de vertegenwoordigers van het andere kamp. Homan bedoelt hiermee de auteurs van ‘blije boeken’ die willen doen geloven dat het niet alleen anders moet maar dat dat feitelijk ook al gebeurt. Je kunt wel heel hard roepen ‘fuck de managers!’, schrijft hij, maar dat zorgt heus niet voor wezenlijke veranderingen in een bureaucratische cultuur. Nee, Homans’ sympathie ligt bij de ‘activistische doeners’, de mensen die de strijd met de bureaucratie aangaan; die wil hij in zijn boek een stem geven. Hij doet dat in de vorm van zogenaamde ‘narratieven’, verhalen uit de praktijk waaruit zijn bewondering spreekt voor de mensen die binnen hun organisatie toch enige verandering weten te bewerkstelligen door in verzet te komen tegen het control- en beheersdenken en -doen. Helaas zijn er geen verhalen uit het onderwijs bij, hoewel die uit de wereld van de gemeentelijke overheden de lezer voldoende aanknopingspunten bieden om een passende vertaalslag te maken.

Voorbeelden in het onderwijs zijn er overigens genoeg; aansprekender ongetwijfeld nog dan die in Homans’ boek, omdat ze betrekking hebben op een hele organisatie. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de radicaal andere besturingsfilosofie waarvoor het ROC A12 in 2011 koos toen bleek dat de kloof tussen leef- en systeemwereld niet meer te overbruggen was. In het bijzonder inspirerende boek ‘Andersom organiseren. Doen wat nodig is’ brengen twee CvB-leden verslag uit van een zoektocht die begon met het overboord gooien van de bestaande bureaucratische regels en procedures en vier jaar later, toen het manuscript bij de uitgeverij werd afgegeven, louter positieve resultaten te zien gaf: hogere opbrengsten, grotere studenttevredenheid en meer bevlogen docenten. Loslaten bleek een kwestie van anders vasthouden te zijn, om het met Wouter Harts woorden te zeggen.

‘In control?’ is geen somber boek; wel ontluisterend, in die zin dat het beleidsmakers en directieleden (in het onderwijs) een spiegel voorhoudt waarin zij vooral hun eigen neiging tot controleren en beheersen kunnen zien. Dat hoeft overigens geen nieuws te zijn; emeritus-hoogleraar Dolf van den Berg schreef het al met zo veel woorden in zijn boek ‘Onderwijsinnovatie: geen verzegelde lippen meer’ (2009). Maar als je het optimistisch bekijkt, geeft dat juist hoop: wie daadwerkelijk de regeldruk in het onderwijs wil terugdringen, moet gewoon beginnen.  Dan is er veel mogelijk.

 

Bert Peene is opleider en werkt als journalist voor Managementboek Magazine en het VO Magazine.