Deladder cover def 300x451

We hebben vaak hulp nodig om de juiste dingen te doen

Boek: De Ladder - Waarom veranderen zo moeilijk is én…welke 3 stappen wel werken

Schrijver: Ben Tiggelaar

Recensent: Bert Peene

Elk veranderproces is lastig en verloopt anders dan voorgaande processen. Daarom is het zinloos om een model of theorie te ontwikkelen waarin je alle complexiteit probeert te vangen. Als het gaat om zoiets ingewikkelds en divers als veranderen, heb je meer aan een set van eenvoudige regels en principes, die je telkens weer toepast op de situaties waarin je belandt. Halverwege zijn nieuwste boek, ‘De Ladder. Waarom veranderen zo moeilijk is… en welke 3 stappen wel werken’, noteert Ben Tiggelaar deze woorden als een van de lessen die hij van verandergoeroe John Kotter leerde. En wie Tiggelaars andere boeken kent, weet dat hij al vijftien jaar, sinds het verschijnen van de bestseller ‘Doen!’, dat voornemen als geen ander in praktijk weet te brengen: de complexiteit van het werken in en van organisaties terugbrengen tot een set van simpele principes die je in combinatie met gezond verstand op veel verschillende situaties kunt toepassen.

Dat geldt ook voor De Ladder. Tiggelaar presenteert De Ladder als een hulpmiddel om in drie stappen een helder, begrijpelijk veranderplan te formuleren. Nu zijn er in de loop der jaren meer boeken geschreven die hetzelfde beloven en ze hebben ook allemaal eenzelfde pretentieuze (onder)titel. Tiggelaars boek onderscheidt zich echter in positieve zin door zijn gedragswetenschappelijk fundament. Zijn model is gebouwd op belangrijke inzichten en tips uit (internationaal) onderzoek en daardoor

De Ladder heeft drie treden, die staan voor drie stappen die in elke verandering voorkomen: het bepalen van je doel, het beschrijven van het gewenste gedrag en, last but not least, het regelen van support. Van deze stappen wordt support in de praktijk het meest verwaarloosd, schrijft Tiggelaar: ‘Support is vaak het stiefkindje bij veranderingen [-].’ En dat blijkt telkens een misser van formaat, want onze hersenen zijn in wezen lui. Zij hebben een sterke voorkeur voor gewoontes, omdat ze daarmee energie besparen. ‘Het brein lijkt erg op een dreinend kind dat voortdurend hetzelfde wil,’ schrijft Jeroen Busscher in ‘De leer(r)evolutie’ (2018). Daarom is het niet alleen belangrijk dat je support regelt als je verandering wilt bewerkstelligen; je moet ook de nodige zorg besteden aan de twee andere stappen. Zo kan je volgens Tiggelaar vaak beter een ontwikkeldoel dan een prestatiedoel kiezen. Prestatiedoelen werken alleen goed als je iets al kunt; leerdoelen werken beter als je een nieuwe vaardigheid of nieuw gedrag moet ontwikkelen, zoals in de meeste verandertrajecten het geval is. Dus niet: ‘Ik wil dat de leerlingtevredenheid minstens een 8,0 scoort’, maar ‘We gaan komend jaar verschillende manieren proberen om de leerlingtevredenheid te verhogen.’

Een andere opvallende tip heeft betrekking op het beschrijven van het gewenste gedrag: kies gedrag dat je leuk vindt en als dat lastig is, vraag je dan af hoe je gedrag leuk kunt maken.  Dat klinkt ongetwijfeld nogal simplistisch – en eerlijk gezegd zijn sommige suggesties dat ook – maar als je op zoek gaat naar gedrag dat je leuk vindt, kom je vroeg of laat uit bij je sterke punten. Dan hebben we het  ineens over activiteiten waar je goed in bent en die je energie geven en die vind je altijd leuk.

Maar het belangrijkste is toch wel het regelen van support. ‘Verandering is vaak een gevecht tegen de eigen gewoontes, tegen de neiging om verlies uit de weg te gaan en tegen allerlei omgevingsfactoren die het huidige, ongewenste gedrag keurig op zijn plek houden,’ schrijft Tiggelaar. ‘Support-technieken helpen je om dit te doorbreken.’ Hij doelt hiermee onder meer op het veranderen van de (werk)omgeving, het voorbereiden van momenten-van-de-waarheid en het monitoren van het eigen gedrag. Die eerste techniek werkt veruit het best, zeker in het begin. Support-technieken die afhankelijk zijn van de eigen inzet of die van anderen, blijven namelijk nogal eens beperkt tot goede voornemens. Immers, de geest is wel gewillig, maar het vlees uitermate zwak! Realiseer je bovendien dat één support-techniek niet voldoende is, schrijft Tiggelaar. Meerdere veldexperimenten wezen namelijk uit dat één – één – drie een simpele maar uiterst doeltreffende vuistregel is: één doel, één gedrag en drie supporttechnieken per verandering.

‘De Ladder’ zal binnen de organisatie- of veranderkunde waarschijnlijk nooit de status verwerven die  de boeken van Jaap Boonstra, Thijs Homan, Marco de Witte & Jan Jonker en Leike van Oss & Jaap van ’t Hek intussen verworven hebben; om maar wat namen te noemen. Daarvoor oogt het simpelweg niet gewichtig genoeg. Maar voor de lezer die minder op zoek is naar inzichten dan naar praktische tips, is het een absolute aanrader. Ga maar na: een klein boekje van nog geen honderd veertig pagina’s, een overzichtelijk stappenplan met concrete tips én achterin het boek een praktijkgids met achtentachtig praktische tips uit de gedragswetenschappen; dat hoort thuis in de bovenste la van ieder schoolleidersbureau.

 

Bert Peene is opleider en werkt daarnaast als journalist voor Managementboek Magazine en het VO Magazine.​​​​​
​​​​​​​


Ingezonden recensie

Recensent: Carin Gabriels, Teamleider bij Pontes Pieter Zeeman; Locatie Zierikzee

De Ladder is een echte Ben Tiggelaar: wat is het probleem, hoe kun je het aanpakken en wat is daarbij nodig. En dat in heldere taal, beknopt en vooral praktisch en uitstekend toepasbaar zowel in het werk als prive.

Ben Tiggelaar pakt in dit boek het probleem aan van waarom veranderen moeilijk is. Hij benoemt dat gewoontegedrag opgeven en vervangen door ander gedrag moeilijk, maar wel te doen is. Om het voor elkaar te krijgen, stelt hij een eenvoudig model voor; de ladder, waarbij je van boven naar beneden moet denken en doen. In het kort zijn de treden: het doel dat je wilt bereiken, het gedrag dat nodig is (concreet en helder geformuleerd) en tenslotte de support die je nodig hebt om het uit te voeren.

Het boek bestaat uit 2 gedeeltes: het verhaal op zich en een praktijkgids voor gedragsverandering: 82 tips op het gebied van veranderpsychologie.

Het fijne aan dit boek is dat de tips in de praktijk makkelijk inzetbaar zijn, zowel voor een individu als voor een groep.

Veranderen blijft moeilijk, maar Ben Tiggelaar weet het zo neer te zetten dat de stap om het te gaan doen en het ook vol te houden een grote kans op succes heeft!
​​​​​​​


Ingezonden recensie

Recensent: Annet van de Wouw, Afdelingsleider VWO 1 t/m 3 bij Minkema College, Woerden

Rapportcijfer: 8

Veel scholen hebben te maken met een terugloop in leerlingenaantal of zijn daarop aan het anticiperen. De krimp vraagt om verandering: in onderwijsaanbod, in profilering of in samenwerking met andere scholen. Wil je concurrerend blijven, dan zijn innovatie, ontwikkeling, leren en veranderen de belangrijkste processen in je schoolorganisatie. Sowieso vragen nieuwe tijden om aanpassingen in het onderwijs. Maar veranderen is moeilijk.

Ben Tiggelaar vertaalt inzichten uit de wetenschap naar heldere adviezen voor de praktijk. Zijn laatste boek, De Ladder (2018), helpt om veranderingen die je belangrijk vindt gestructureerd en effectief aan te pakken. Dat kan een verandering in je persoonlijke leiderschap zijn, maar ook op de werkvloer.

De ladder is een hulpmiddel om in drie treden een veranderplan te formuleren. De samenhang ligt voor de hand: als je een nieuw doel wil bereiken, dan vraagt dat om verandering van gedrag. Dat gaat niet vanzelf en vraagt om ondersteuning, support. Tiggelaar licht de drie stappen uitgebreid toe en deelt per tree zijn favoriete tips uit gedragswetenschappelijk onderzoek met de lezer.

Wat De Ladder vooral duidelijk maakt, is dat het beter is om een ontwikkeldoel te stellen dan een prestatiedoel, als je werkelijk innovatie en substantiële verbetering wil zien. Natuurlijk stel je eerst vast wát je wil bereiken, maar direct daarna ook: wat willen we leren? Welke kennis wil ik opdoen en welke vaardigheden wil ik ontwikkelen? Veranderen is een voortdurend leerproces waar je eigenlijk nooit klaar mee bent. Nieuw gedrag zul je moeten blijven onderhouden. Of aanpassen. De Ladder is dan ook niet bedoeld voor eenmalig gebruik. Het is een model dat je steeds opnieuw kunt inzetten.

Het boek bevat veel praktische tips, de do's en don'ts die je kunnen behoeden voor mislukking. Hoewel Tiggelaar weinig voorbeelden uit de onderwijspraktijk geeft, zijn de adviezen zeker herkenbaar en toepasbaar in schoolorganisaties. Zo blijkt een hoger doel een belangrijke drijfveer te zijn voor medewerkers. Daarom is het verstandig om de betekenis achter je veranderdoel te onderstrepen. Als het érgens om hogere doelen draait, is het natuurlijk in het onderwijs.

De wekelijkse columns van Tiggelaar in NRC Handelsblad zijn even prettig om te lezen als dit boek. Hij weet inzichten uit de gedragswetenschap met een verfrissend eenvoudige schrijfstijl toegankelijk te maken voor een breed publiek. Het risico daarvan is, dat je De Ladder al te vluchtig leest. De samenvattinkjes aan het eind van elk hoofdstuk maken echter, dat je de adviezen heel gemakkelijk terugvindt en erbij kunt pakken op de momenten dat het veranderproces om bezinning vraagt.