Op zoek naar een nieuw (onderwijs)normaal 

Blended learning was zeker geen nieuw begrip. Met name in het hoger onderwijs kennen ze het al jaren en wordt er – met wisselend succes – al gewerkt met een combinatie van e-learning en klassikaal leren. Maar voor het primair en voortgezet onderwijs was afstandsleren, met behulp van technologie dus, nieuw en dat zorgde voor een heuse cultuurshock. Van de ene dag op de andere had het onderwijs de school verlaten en hoe moesten we nu verder? Hoe geef je les op afstand? Hoe organiseer je toetsen? En vooral: hoe kun je op een betrouwbare manier examineren?

De corona cultuurshock heeft ons een fascinerende emotionele mix van twijfels, angst en onzekerheid gebracht, schrijft Kramer. Fascinerend omdat er twee kanten aan deze pandemie zitten. Natuurlijk is het vervelend dat je je leerlingen en collega’s lange tijd alleen op je computerscherm hebt gezien; natuurlijk hadden veel thuiswerkers de nodige moeite om ergens in huis een plekje te vinden waar ze rustig konden werken. Maar deze tijd biedt volgens haar ook nieuwe kansen. Teamvergaderingen kunnen bijvoorbeeld veel efficiënter, terwijl collegiaal (vakgroep)overleg wel degelijk via Zoom kan plaatsvinden. Dat geldt net zo goed voor leerlingbegeleiding en stagegesprekken. De kunst is volgens Kramer dat te wíllen zien. Als dat lukt, gaan we met z’n allen op weg naar een hybride werkcultuur. 

In de antropologie, de discipline waarin Jitske Kramer professioneel is opgegroeid, wordt de fase waarin we sinds begin vorig jaar zitten, de liminale fase genoemd; een tussenfase in een veranderproces waarin de dingen niet meer zijn zoals ze waren, maar we ook nog niet weten hoe de uiteindelijke situatie gaat zijn. De vraag is of je deze tijd ziet als een crisis die je met tijdelijke aanpassingen uitzit tot je weer terug kunt naar het oude normaal of als een transformatie naar een nieuwe werkelijkheid waarin we afscheid hebben genomen van wat stiekem toch al niet werkte. 

Hoe blij de meeste onderwijsprofessionals ook waren dat de scholen weer open mochten, van de onzekerheid en chaos die het leven in de voorbije maanden bepaalden, zijn we volgens Kramer nog niet af. We staan namelijk aan het begin van een nieuwe cultuurshock: de terugkeercultuurshock. We kunnen wel denken dat we eindelijk weer terug naar ‘normaal’ kunnen, maar zo werk dat volgens haar niet. We zijn namelijk wel degelijk veranderd. De vraag waar we, bijvoorbeeld in het onderwijs, nu voor staan is: hoe gaan we die nieuwe werkelijkheid inrichten met de kennis en ervaringen van de afgelopen maanden? 

Wie het werk van Jitske Kramer kent, weet dat het vroeg of laat (ook) over rituelen en kampvuren gaat. Dat is ook nu het geval. Ritmes, rituelen en routines – je kunt ook zeggen: cultuur – geven houvast in een tijd waarin zekerheden steeds meer vervagen. Dat geldt dus ook voor de tijd waarin we nu leven. Een van de plezierige kenmerken van Kramers boek is dat zij hiervoor talloze voorbeelden geeft. Organiseer bijvoorbeeld online wandelgangen en koffiegesprekken, inspiratiesessies, boekenclubs of een wekelijks verrassingsmoment. Ook afscheidsrituelen voor vertrekkende medewerkers kunnen heel goed online worden gehouden. En wat die kampvuurgesprekken betreft: zorg bijvoorbeeld voor een digitale enquête. Maar Kramer geeft ook andere voorbeelden van digitaal communiceren. 

Natuurlijk mag de vraag wat effectief leiderschap in de liminale fase betekent niet ontbreken en dat doet het dan ook niet (hoewel ik dit een van de minst verrassende hoofdstukken van het boek vind). Liminaliteit vraagt volgens Kramer twee soorten leiderschap: leiders die sturing geven aan de dagelijkse gang van zaken – de ‘chiefs’ – en leiders met expliciete aandacht voor onder andere duiding en zingeving. Andere bronnen zouden zeggen: transactioneel en transformationeel leiderschap. Leidinggeven op afstand vraagt vooral minder controle en meer vertrouwen. Daarvoor zijn onder meer heldere kaders nodig, die het mogelijk maken met elkaar over output en outcome te praten. 

Helaas eindigt Kramer weer behoorlijk traditioneel. ‘Creëer perspectief’ roept zij op in het laatste hoofdstuk en dat blijkt niets anders te zijn dan wat je ook in andere boeken leest: zorg voor een zingevend verhaal, een lonkend toekomstperspectief. Durf te dromen en nodig je mensen uit daarin met je mee te gaan. Maar dat wisten we al! 

Bert Peene is freelance docent en werkt als journalist voor Managementboek Magazine en het VO-magazine.